Door: Place-IT 23-3-2011
LET OP: DEZE TEKST IS AL EERDER GEBRUIKT VOOR EEN NIEUWSBRIEF
Het verhaal van de kleine mol
Er was eens een kleine zwarte mol. Hoewel hij een moeilijke start had gemaakt tijdens de geboorte en van jongst af aan een beetje last had gehad van stoflongen, en bovendien niet zo heel veel zag in het daglicht, vond hij toch dat hij de kans om ‘hogerop te komen’ moest aangrijpen door naar de dierenschool te gaan. Op de eerste schooldag melde hij zich daarom bij de voordeur van de school. In eerste instantie keek iedereen over hem heen en ging alle aandacht uit naar de grotere dieren. De mooie witte eend, de prachtig glanzende vacht van de eekhoorn, de machtige arend… wat zagen ze er mooi uit in hun nieuwe schoolkostuum. Ook voor de kleine mol werd een piepklein kostuumpje gemaakt, hoewel men twijfels had of hij wel mee zou kunnen komen op school: want iedereen moest vier basisvakken onder de knie krijgen: ze moesten leren zwemmen, vliegen, klimmen en hardlopen en daar gemiddeld een zes voor halen.
De mol kreeg te horen dat hij vooral goed moest toekijken hoe de anderen het deden. En de mol dacht: ja wat verbeeld ik me eigenlijk wel niet. Want tja… met zulke korte graafpootjes zou het zwemmen, klimmen, hardlopen en het vliegen al helemaal niet tot de mogelijkheden behoren. Toch liet hij de moed niet zakken en besloot in ieder geval goed op te letten op school.
De eend was heel goed in zwemmen, beter zelfs dan haar docent. Ze haalde ook hoge cijfers voor vliegen, maar in hardlopen was ze slecht. Om daarin te oefenen moest ze telkens weer nablijven en zwemmen als vak laten vallen. Ze moest zo vaak oefenen dat haar zwemvliesvoeten scheurden . Ze was nu nog slechts een gemiddelde zwemmer. Maar gemiddeld was acceptabel voor de school. Dus niemand maakte zich er zorgen over behalve de eend zelf en haar ouders.
Aan het einde van het jaar bleek één of andere exotische vogel het beste rapport te hebben. Hij kon zwemmen, rennen en klimmen en hij kon zelfs een beetje van de grond komen.
De kleine mol had het hele jaar aan de zijlijn toegekeken naar de prestaties van zijn medeleerlingen, want tja, men vond het zielig om zo’n kleine mol bloot te stellen aan zulke zware beproevingen. De kleine mol dacht er ondertussen het zijne van. “Belachelijk dat ze niet iedereen laten doen waarin hij goed is dacht de mol. Waarom zou een konijn moeten kunnen vliegen, terwijl hij juist heel goed is in hardlopen en knagen??” Maar als je de kleinste van het gezelschap bent, houd je daar wijselijk je mond over. Dus dat deed de mol.
Het schooljaar eindigde met het jaarlijkse schoolreisje en … hoewel de leraren de mol eigenlijk te klein vonden voor zo’n vermoeiende dag, mocht hij toch mee. Ze hadden besloten om een dagje te gaan abseilen en survivallen in de Belgische Ardennen. Zo gezegd, zo gedaan. De dag begon vervelend, want het was weer eens nodig om de vrijbuiterige arend, goed duidelijk te maken dat hij tijdens het zwemmen en hardlopen veel te veel lucht verplaatste met zijn vleugels. Om het klimmen en abseilen onder de knie te krijgen kreeg hij bijles van een speciale klimcoach. Die pakte hem bij zijn vleugels en zei tegen hem, zoals het een coach betaamt, alvorens hem tegen de boom te drukken: ‘Je kunt het!'. Toen de arend tegen de boom werd gedrukt en daarna werd losgelaten viel hij achterover op zijn vleugels. De tweede keer vertrouwde de coach hem toe: ‘Behalve dat je het kunt, moet je het natuurlijk ook wel willen!”. Ten tweede male viel de arend achterover op zijn vleugels. De aandacht van de coach verslapte even. En daar maakte de arend snel gebruik van en vloog met een paar krachtige vleugelslagen weg. Daarna werd hij nooit meer in de buurt van de school gesignaleerd. Maar… wat erger was: hij werd de rest van de survivaldag ook dus niet meer gesignaleerd. En dat was jammer, want ze hadden de arend nodig om een touw over het ravijn te spannen, om daar vervolgens al bungelend, het ravijn mee over te steken. Ze zaten met hun handen in het haar. Wat nu?
De mol – die al die tijd vanaf de zijlijn had toegekeken – had inmiddels een gesprek aangeknoopt met een aardige wijze uil die boven hem in de boom zat. De uil had medelijden met de kleine mol en vroeg waarom hij niet mee mocht doen. De mol had vervolgens mismoedig naar zijn kleine graafpootjes gewezen, waarop de uil vreselijk boos was geworden. Ze zij: je moet je niet laten uitsluiten hoor, en helemaal niet je oren laten hangen naar wat al die idioten bij elkaar vertellen. Je bent hartstikke slim, je kunt prachtige gangen graven, je tegoed doen aan de sappige wortels van de paardenbloemen en betere adviezen geven, dan wie dan ook. Want doordat je altijd heel goed hebt opgelet, heb je heel veel levenswijsheid opgedaan!
“Laat je niet klein krijgen”, zei de uil. “Jij kunt misschien heel andere dingen, die de rest van de club helemaal niet kan. Want je bent toch de zoon van Blacky de mol? Nou dan ben je waarschijnlijk intelligenter dan die hele beesten bende, bij elkaar. Ik wil wedden dat jij wel een idee hebt om uit deze impasse te komen… “
De andere dieren zaten na 2 uur kakelen, debatteren en ruzie maken nog steeds aan de rand van het ravijn. Vele pogingen om het touw naar de overkant te gooien waren mislukt. De eend was niet sterk genoeg om het touw al vliegend mee te nemen en het konijn en de eekhoorn durfden niet langs de steile afgrond naar beneden te klauteren. Het gesprek viel stil en iedereen keek mismoedig voor zich uit.
De uil had vervolgens een mooie anekdote aan de mol verteld. De uil zei: als je een boom wil omzagen, dan kan dat zo’n enorme klus lijken, dat je er maar helemaal niet aan begint. Toch zijn ook dingen die onmogelijk lijken, vaak wel degelijk mogelijk. Maar soms is het handig – als je bijvoorbeeld 12 uur hebt om een boom om te hakken – om je dan 9 uur bezig te houden met het slijpen van een bijl. En je moet natuurlijk wel een keer beginnen met hakken… in plaats van zeuren over de onmogelijkheid van zo’n project”. Zelfs een muis kan een boom omzagen, alleen duurt het dan iets langer…’ Als je begrijpt wat ik bedoel… zei de wijze uil. Bovendien bepaal je zelf wel hoe vrolijk elke dag er voor jou uitziet. En als je alleen maar naar de dingen kijkt die je NIET kunt, kom je nergens. En de uil vloog weg.
De mol rechte zijn rug en liep naar de andere dieren, die sip opkeken. En hij zei: ik ben misschien een kleine mol, maar ik heb wel een heeeeeel goed idee. Daar verderop staat een Amerikaanse reuzeneik. Als het konijn en de eekhoorn hun tanden daarin zetten en flink doorknagen, dan valt de boom over het ravijn en kunnen jullie over de boom heen, naar de overkant lopen. En hij verdween in de grond. De andere dieren, keken elkaar verbijsterd aan: dit was de oplossing! Het ei van Columbus! En dat idee kwam van de kleine zwarte mol, die het hele jaar nog niets gezegd had nota bene!!! Ze gingen meteen aan de slag. De volgende morgen lukte het om de boom om te laten vallen over het gapende ravijn. De mol hadden ze gek genoeg, al die tijd niet meer gezien. Maar toen ze aan de andere kant kwamen, zagen ze daar de kleine mol, die zich door de grond een weg had gegraven naar de overkant. Heerlijk ontspannen was hij boven de grond gekomen. Aangezien hij al jaren bij de padvinderij zat, had hij alvast een lekker kampvuurtje aangemaakt, waar een grote pot eten boven hing voor al zijn klasgenoten.
Ach dacht de mol: eigenlijk heb ik wel een lollig leven. De andere dieren deden zich tegoed aan het lekkere eten en bedankten de mol voor zijn goede tips. En ze vierden samen de goede afloop van dit avontuur.
Nog vele jaren later kwamen de dieren bij de kleine mol om goede raad te krijgen, als ze met een probleem zaten waar ze even de oplossing niet voor wisten. En de wijze uil keek glimlachend toe vanuit een hoge boom. En als ze de mol kon helpen – al was het alleen maar om hem positief tegen het leven aan te laten kijken en hem te wijzen op al zijn kwaliteiten – en hem te inspireren om zelf de teugels in hand te nemen en zijn eigen richting te bepalen – dan deed de uil dat.
Conclusie: blijf niet aan de zijlijn staan, maar neem je eigen leven ter hand.
• Begin vandaag nog met het realiseren van je doel.
• Laat je niet weerhouden door stemmetjes in je hoofd die zeggen dat het toch niet gaat lukken … en laat je niet ontmoedigen door het ‘ontmoedigingsgenootschap’.
• Tel je zegeningen en geniet van je behaalde resultaten.
• Het is jouw leven! Je bent ooit een keer geboren en je gaat ook ooit weer een keer dood. Dat is een feit. Alles wat er in de tussenliggende periode gebeurt, bepaal je zelf. Maak er dus in de tussentijd een mooi leven van en doe waar je goed in bent!
Bovenstaand verhaal is gebaseerd op een verhaal van George H. Reavis, The Animal School uit 1883.